ECLI:NL:RBMAA:2010:BO7659
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bewijs verstoorde arbeidsrelatie
Radium Foam verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer op grond van een verstoorde arbeidsrelatie, waarbij zij zich baseerde op de vermeende verkoop van bedrijfseigendom door de werknemer en diverse eerdere incidenten.
De werknemer werd op staande voet ontslagen vanwege een incident waarbij hij een schaar en een lederen houder zou hebben verkocht aan een collega, hetgeen hij ontkent. Radium Foam stelde dat dit incident, samen met eerdere voorvallen uit 2006, 2007, 2010 en 2010, het vertrouwen zodanig had geschaad dat voortzetting van de arbeidsrelatie niet meer mogelijk was.
De rechtbank constateerde echter dat de juiste toedracht van het schaarincident niet vaststaat en dat het bewijs onvoldoende overtuigend is. Daarnaast waren de overige incidenten niet ernstig genoeg om ontbinding te rechtvaardigen. De werknemer had een dienstverband van negen jaar en recente beoordelingen waren positief over zijn functioneren.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot ontbinding daarom niet kan worden toegewezen en dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende ernstige incidenten.