ECLI:NL:RBMAA:2010:BO8024
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs beroepsfout voormalige advocaat bij verjaring WAM-zaak
Eiser stelde dat zijn voormalige advocaat een beroepsfout had gemaakt door onduidelijke informatie te geven over de verjaringstermijn in een letselschadezaak (WAM-zaak), waardoor eiser te laat een stuitingsbrief aan Aegon stuurde en schade leed. De advocaat had in een brief van januari 2004 gewezen op een verjaringstermijn van drie jaar, maar ook vermeld dat er literatuur was die sprak over een termijn van vijf jaar. Eiser stelde dat hij mondeling een termijn van vier of vijf jaar was geadviseerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor deze mondelinge mededeling en dat de schriftelijke informatie duidelijk was. De advocaat had bovendien tijdig een stuitingsbrief namens eiser aan Aegon gezonden in mei 2004. De opdracht aan de advocaat was in juli 2004 beëindigd, waarna eiser zelf verantwoordelijk was voor verdere acties. Eiser had ook zelf een brief aan Aegon gestuurd in 2008.
De rechtbank concludeerde dat de verjaring niet aan de advocaat te wijten was en dat eiser het risico droeg voor het niet tijdig stuiten na beëindiging van de opdracht. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van beroepsfout en veroordeelt eiser in de proceskosten.