ECLI:NL:RBMAA:2010:BO8168
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. van Unen
- Rechtspraak.nl
Aandeelhouder kan geen eigen schadevergoeding vorderen voor vermogensschade vennootschap door bestuurders
De zaak betreft een vordering van een aandeelhouder tegen bestuurders en vennootschappen wegens vermeende onrechtmatige daad en wanprestatie. De aandeelhouder stelt dat de bestuurders van een besloten vennootschap (BV) de handelsactiviteiten en personeel onrechtmatig hebben overgebracht naar een andere BV, waardoor de waarde van haar aandelen is verminderd en zij dividend is misgelopen.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie alleen de vennootschap zelf schadevergoeding kan vorderen voor vermogensschade veroorzaakt door bestuurders. Aandeelhouders kunnen slechts een eigen vordering instellen indien een specifieke zorgvuldigheidsverplichting jegens hen is geschonden. De enkele omstandigheid dat bestuurders handelen waardoor de aandeelhouder nadeel lijdt, is onvoldoende.
De rechtbank constateert dat de vordering tegen de vennootschappen zonder nadere motivering wordt afgewezen en dat de aandeelhouder onvoldoende heeft aangetoond dat de bestuurders een specifieke norm jegens haar hebben geschonden. Hoewel het handelen van de bestuurders heeft geleid tot verminderde winst en waardedaling van de aandelen, is geen opzet of bijzondere zorgplicht vastgesteld.
De vordering tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de gedaagden. De rechtbank benadrukt dat dit oordeel niet betekent dat de bestuurders en vennootschap zich in alle opzichten naar redelijkheid en billijkheid hebben gedragen, maar dat dit niet leidt tot een eigen vordering van de aandeelhouder.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding van de aandeelhouder wordt afgewezen wegens ontbreken van een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens haar.