De moeder is zonder toestemming van de vader met hun minderjarige kind verhuisd naar een andere woonplaats en heeft verzocht om vervangende toestemming voor deze verhuizing en voor inschrijving op een nieuwe school. De vader verzet zich tegen deze verhuizing en schoolwijziging en verzoekt daarnaast om het hoofdverblijf van het kind bij hem te bepalen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder zonder instemming van de vader is verhuisd, zonder voorafgaande toestemming of vervangende toestemming van de rechtbank. De verhuizing heeft grote gevolgen voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag en de contactregeling tussen vader en kind, waarbij de vader aanzienlijk meer reistijd en kosten moet maken. De moeder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de verhuizing noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind bij frequent en onbelast contact met de vader zwaarder weegt dan het belang van de moeder om te verhuizen. Daarom wordt de vervangende toestemming geweigerd en wordt de moeder opgedragen binnen drie maanden terug te keren naar de oude woonomgeving of directe omgeving daarvan. Het verzoek van de vader om het hoofdverblijf bij hem te bepalen wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat de moeder haar opvoedingstaak niet goed vervult.
Ook het verzoek van de moeder om de contactregeling aan te passen wordt afgewezen, omdat de verhuizing niet wordt toegestaan en de huidige school in de oude woonplaats goed is voor het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep.