ECLI:NL:RBMAA:2011:BP1561
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en inverzekeringstelling bij Mobiel Toezicht Vreemdelingen wegens ontbreken wettelijke grondslag
In deze zaak heeft de rechter-commissaris de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van de verdachte getoetst. De zaak betreft een staandehouding in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee. De rechter-commissaris verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-188/10 & C-189/10) en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (28 december 2010, nr. 201010790/1/V3).
De overweging is dat controles door MTV net over de grens alleen rechtmatig kunnen zijn indien zij zijn gebaseerd op een wettelijk voorschrift. De huidige grondslag, namelijk de Vreemdelingencirculaire 2000 (paragraaf A3/2.4), is onvoldoende om tot controle en het toepassen van dwangmiddelen over te gaan. Hierdoor is de staandehouding onrechtmatig en daarmee ook de daaropvolgende aanhouding en inverzekeringstelling.
De rechter-commissaris sluit aan bij de overwegingen uit de genoemde jurisprudentie en verklaart de inverzekeringstelling onrechtmatig. Dit betekent dat de strafrechtelijke maatregelen die volgden op de MTV-controle niet rechtsgeldig zijn genomen.
Uitkomst: De inverzekeringstelling is onrechtmatig verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor MTV-controles.