ECLI:NL:RBMAA:2011:BP3115
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige ondanks bezwaren vader
De moeder van de minderjarige dochter heeft verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van haar dochter in haar eigen achternaam. De vader, die het gezag niet meer heeft, had bedenkingen tegen dit verzoek. Het bestuursorgaan wees het verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde het bezwaar van de moeder gegrond en besloot het verzoek alsnog voor te dragen ter goedkeuring.
De rechtbank stelt vast dat de moeder de dochter gedurende minimaal vijf jaar heeft verzorgd en opgevoed en dat de vader niet meer dan een vierde deel van de periode voorafgaand aan het verzoek in gezinsverband met de dochter heeft samengeleefd. Hierdoor geldt een uitzondering op de afwijzingsregel. De rechtbank oordeelt dat het belang van het familie- en gezinsleven van moeder en dochter zwaarder weegt dan de bezwaren van de vader.
Daarnaast is geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld, omdat de inmenging gerechtvaardigd is door het belang van de moeder. Ook is geen strijd met artikel 10 Grondwet Pro aanwezig. Het beroep van de vader wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot naamswijziging kan worden ingewilligd.
Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de naamswijziging van zijn dochter wordt ongegrond verklaard.