ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6046
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tussenkomst ex-echtgenote in pensioenvordering ondanks verstek
De rechtbank Maastricht behandelde een civiele procedure waarbij eiser een vordering had ingesteld tegen gedaagde, die in deze zaak verstek liet gaan. Op de roldag vroeg een derde partij, de ex-echtgenote van eiser, incidenteel tussenkomst om haar pensioenrechten veilig te stellen.
De rechtbank wees de vordering tot voeging van zaken af omdat dit tot onredelijke vertraging zou leiden en de hoofdzaak al lang aanhangig was. Wel oordeelde de rechtbank dat de ex-echtgenote voldoende belang had bij tussenkomst, omdat zonder die tussenkomst haar pensioenrechten mogelijk zouden worden benadeeld door een verstekvonnis tegen gedaagde.
De rechtbank interpreteerde artikel 217 en Pro 218 Rv zodanig dat tussenkomst ook op de roldag van het verstekvonnis mogelijk moet zijn om onrecht te voorkomen. De zaak werd verwezen naar een nieuwe rolzitting zodat de tussenkomende partij kon concluderen. De beslissing tot toelating van tussenkomst werd genomen, terwijl het oordeel over proceskosten werd aangehouden tot het eindoordeel in de hoofdzaak.
Uitkomst: Tussenkomst van de ex-echtgenote wordt toegestaan ondanks verstek, voeging van zaken wordt afgewezen.