ECLI:NL:RBMAA:2011:BP9333
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van openlijk geweld tegen homoseksuele man na internetafspraak
In de zaak voor de rechtbank Maastricht stond verdachte terecht voor openlijk geweld en medeplegen van mishandeling van een homoseksuele man die via internet was gelokt. Diverse verdachten hadden bekend aanwezig te zijn geweest bij het geweld, waarbij het slachtoffer werd geslagen en geschopt.
De officier van justitie stelde dat verdachte op de hoogte was van het plan en aanwezig was bij het geweld, maar de verdediging voerde aan dat verdachte geen significante bijdrage had geleverd en zich direct had gedistantieerd. De rechtbank oordeelde dat verdachte weliswaar moreel verwijtbaar handelde door aanwezig te zijn en niet in te grijpen, maar dat dit niet volstaat voor medeplegen.
De rechtbank stelde vast dat alleen twee medeverdachten het plan hadden bedacht en uitgevoerd, en dat verdachte slechts een passieve aanwezigheid was zonder actieve of aanmoedigende handelingen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat hij een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd.