ECLI:NL:RBMAA:2011:BP9436
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname aan openlijk geweld tegen homoseksuele man
Op 18 augustus 2010 deed het slachtoffer aangifte van openlijke geweldpleging waarbij hij was mishandeld door een groep jongens na een afspraak via internet. Het slachtoffer liep letsel op waaronder een hersenschudding, een gezwollen oog en een snee op het jukbeen.
Diverse verdachten, waaronder de verdachte, waren aanwezig bij het incident. Uit verklaringen bleek dat één verdachte de eerste klap gaf, waarna het slachtoffer viel en door meerdere personen werd omringd. De verdachte werd ervan beschuldigd medeplegen van openlijk geweld en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat alleen de eerste klap en het daaropvolgende geweld door een beperkt aantal personen bewezen konden worden. De verdachte had zich niet actief aan het geweld schuldig gemaakt en leverde geen wezenlijke bijdrage. Zijn aanwezigheid was slechts een getalsmatige versterking van de groep zonder bewuste en nauwe samenwerking.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het primair en subsidiair tenlastegelegde. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelde het slachtoffer in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan openlijk geweld.