ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ0502
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.M. Kuster
- J.H. Klifman
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk vervoeren van heroïne en cocaïne ondanks vormverzuim
Op 15 december 2010 werd verdachte aangehouden in de gemeente Eijsden terwijl hij als bijrijder in een auto ruim 600 gram harddrugs vervoerde, bestaande uit heroïne en cocaïne. Tijdens de verkeerscontrole werden de verdovende middelen aangetroffen in een sok en een plastic zak. Verdachte bekende het bezit van de drugs, maar ontkende dat de bestuurder hiervan op de hoogte was.
De verdediging voerde verweren aan tegen de rechtmatigheid van het bewijs, waaronder een niet-ontvankelijkheidsverweer wegens schending van het Zwolsman- en Karmancriterium, en stelde dat bewijsuitsluiting moest plaatsvinden vanwege een vormverzuim waarbij twee verbalisanten in strijd met een aanzegging van de rechter-commissaris contact met elkaar hadden. De rechtbank erkende het vormverzuim, maar oordeelde dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of bewijsuitsluiting, omdat het belang van verdachte niet was geschaad en de verklaringen betrouwbaar waren.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk de drugs vervoerde, maar sprak hem vrij van medeplegen omdat niet was komen vast te staan dat de bestuurder medeplichtig was. Gelet op de hoeveelheid drugs en eerdere veroordeling van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden op, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht. Tevens werd de voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden uit een eerdere zaak tenuitvoer gelegd. De inbeslaggenomen drugs werden onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk vervoeren van heroïne en cocaïne, met gelaste tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.