ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ2700
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugvordering PGB wegens ontbreken intrekkingsbesluit
CZ zorgkantoor vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde persoonsgebonden budgetten (PGB) aan eiseres over de jaren 2006 en 2007. De vordering was gebaseerd op het ontbreken van verantwoording over het gebruik van de PGB-gelden en de stelling dat deze betalingen onverschuldigd waren.
De rechtbank overwoog dat terugvordering van PGB slechts mogelijk is indien de publiekrechtelijke titel waarop de betalingen berusten, niet meer bestaat. Dit betekent dat een expliciet besluit tot intrekking, wijziging of vaststelling van een lagere subsidie moet zijn genomen. In deze zaak waren geen intrekkings- of wijzigingsbeschikkingen genomen en was ook geen vaststellingsbeschikking die tot verlaging leidde, gegeven.
De brieven met budgetafrekeningen waren geen beschikkingen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat zij niet voldeden aan de vereisten zoals vermelding van rechtsmiddelen en waren niet tijdig vastgesteld. Daarom was geen sprake van onverschuldigde betaling.
De rechtbank wees de vordering van CZ af en veroordeelde CZ in de proceskosten. De nevenvorderingen van rente en incassokosten werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van CZ tot terugvordering van PGB-bedragen af wegens het ontbreken van een intrekkings- of wijzigingsbesluit.