ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ3559
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op voormalige stortplaats met verhoogd rompslompforfait
Eiser, eigenaar van een woning gebouwd op een voormalige stortplaats, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €254.000 voor het tijdvak 2010-2011. De woning bevindt zich op een locatie met mogelijke bodemverontreiniging en onzekerheid over saneringsmaatregelen, waaronder mogelijk afgraven van de afdeklaag en sloop van de woning.
Verweerder hanteerde een rompslompforfait van 10% voor waardedruk door bodemverontreiniging, gebaseerd op jurisprudentie van de Hoge Raad en lagere rechters. Eiser stelde dat de waardedruk veel hoger is, verwijzend naar een mogelijke kopersstaking en vergelijkbare jurisprudentie die een waardedruk van 50% aannam.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van de locatie, waarbij niet alleen sanering maar ook sloop van de woning mogelijk is. Gezien de onzekerheid en het feit dat saneringskosten niet voor rekening van eiser komen, achtte de rechtbank een rompslompforfait van 20% passend.
De rechtbank stelde de WOZ-waarde vast op €203.200 per waardepeildatum 1 januari 2009, vernietigde het bestreden besluit, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €203.200 met een rompslompforfait van 20%.