ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ3944
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- E.H.A.F.M. Krol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren en recidive
De rechtbank Maastricht behandelde op 22 april 2011 een zaak betreffende een verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Het bezwaarschrift tegen beperkingen op grond van artikel 62a lid 4 Sv werd door de officier van justitie opgeheven, waardoor verdachte niet ontvankelijk werd verklaard in dat bezwaarschrift. Wel werd verdachte ontvankelijk verklaard in het verzoek tot opheffing en subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechtbank oordeelde dat ernstige bezwaren bestonden ten aanzien van de feiten die aan verdachte werden verweten, met name witwassen. De onderzoeksgrond bleef van toepassing voor dit feit, mede vanwege het onderzoek naar de herkomst van grote sommen contant geld en administratie die bij verdachte waren aangetroffen. Voor het feit van het aanwezig hebben van hennep werd de onderzoeksgrond niet langer van toepassing geacht, mede vanwege het verstreken tijdsverloop sinds de aanhouding.
Daarnaast werd de recidivegrond van toepassing geacht, gezien eerdere veroordelingen van verdachte voor overtreding van de Opiumwet. Gezien deze omstandigheden wees de rechtbank zowel het verzoek tot opheffing als het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De rechtbank nam ook in aanmerking dat de voorlopige hechtenis van de echtgenote van verdachte was geschorst, zodat de zorg voor de kinderen was gewaarborgd.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ernstige bezwaren en recidive.