ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ4452
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- E.H.A.F.M. Krol
- J.H. Klifman
- E.B.A. Ferwerda
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep officier van justitie tegen herhaalde vordering tot inbewaringstelling wegens ontbreken van nova
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen de afwijzing door de rechter-commissaris van een herhaalde vordering tot inbewaringstelling van verdachte. De rechtbank onderzocht of sprake was van nova, dat wil zeggen nieuwe feiten of omstandigheden die ten tijde van de eerste bewaring niet bekend waren en ook redelijkerwijs niet bekend behoefden te zijn.
Uit het dossier bleek dat de foto’s van honden die aan verdachte en zijn medeverdachte toebehoorden al op de dag van aanhouding waren gemaakt, maar pas later aan een getuige werden getoond. Dit werd niet als een novum beschouwd omdat de getuige al eerder was gehoord. Ook de opgenomen telefoongesprekken, waaronder een gesprek tussen verdachte en een derde, vonden plaats vóór de invrijheidstelling en konden daarom niet als nieuwe feiten gelden.
De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herhaalde vordering tot inbewaringstelling konden rechtvaardigen. Bovendien achtte de rechtbank het herhaald indienen van een vordering tot inbewaringstelling over hetzelfde feitencomplex in strijd met het systeem van de wet en de beginselen van een goede procesorde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vordering tot inbewaringstelling afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van de herhaalde vordering tot inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard.