ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ5787
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende bewijs intieme relatie met minderjarige asielzoeker
De Centrale Organisatie Opvang Asielzoekers (COA) verzocht de rechtbank Maastricht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een medewerker die werkzaam is in de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. COA stelde dat de medewerker een affectieve en intieme relatie had met een minderjarige asielzoeker en zich onprofessioneel had gedragen, onder meer door privéopvang te bieden en frequente bezoeken aan de kamer van de asielzoeker.
De medewerker ontkende de intieme relatie en gaf een andere verklaring voor het bezoek van de asielzoeker aan haar woning. Zij erkende wel dat de asielzoeker één keer bij haar thuis was geweest, maar ontkende sms-verkeer en stelde dat veel van de door COA aangevoerde feiten gebaseerd waren op horen zeggen en suggestieve interpretaties.
De rechtbank oordeelde dat COA onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een affectieve of intieme relatie en dat het feitenonderzoek niet zorgvuldig was geweest, mede omdat geen wederhoor had plaatsgevonden. Hoewel de medewerker op onderdelen onprofessioneel had gehandeld, was dit niet ernstig genoeg om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen.
De rechtbank wees het verzoek van COA af en veroordeelde COA tot betaling van de proceskosten ten gunste van de medewerker.
Uitkomst: Het verzoek van COA tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs voor een intieme relatie.