ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ5811
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank voor voorlopige voorzieningen kinderalimentatie bij niet-ingeschreven echtscheiding
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek tot voorlopige voorzieningen inzake kinderalimentatie, hangende hoger beroep tegen een beschikking waarbij de man was veroordeeld tot betaling van een onderhoudsbijdrage voor de kinderen. Hoewel de echtscheiding was uitgesproken en in kracht van gewijsde, was deze nog niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Hierdoor bleef de rechtbank bevoegd tot het treffen van voorlopige voorzieningen.
De vrouw vorderde verhoging van de onderhoudsbijdragen, maar de rechtbank oordeelde dat het verzoek strandde op de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 10 november 2010. De vrouw had nagelaten om de uitvoerbaar bij voorraadverklaring te laten schorsen bij het hof, waardoor de rechtbank niet vrij stond het verzoek toe te wijzen.
De rechtbank stelde dat de vrouw zich had kunnen wenden tot een verzoek tot wijziging van de onderhoudsbijdragen op grond van artikel 1:401 BW Pro, zonder de termijn voor hoger beroep af te wachten. Tevens werd vastgesteld dat de verzoeken tot vaststelling van een verblijfs- en contactregeling waren ingetrokken na onderlinge afspraken.
De rechtbank wees het verzoek tot voorlopige voorzieningen af en bepaalde dat tegen deze beschikking geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorzieningen inzake kinderalimentatie wordt afgewezen wegens een reeds uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking.