ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ5828
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering Ricoh wegens ongeldige inschrijving aanbesteding multifunctionals
De Stichting Kindante organiseerde een Europese openbare aanbesteding voor de levering en het onderhoud van multifunctionals, waarbij het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten van toepassing was. Ricoh en Océ schreven in op deze aanbesteding. Kindante was voornemens de opdracht te gunnen aan Océ. Ricoh stelde dat de inschrijving van Océ ongeldig was en vorderde dat de voorlopige gunningsbeslissing aan Océ werd ingetrokken en de opdracht voorlopig aan haar werd gegund.
Tijdens de procedure stelde Kindante dat de inschrijving van Ricoh niet voldeed aan de gestelde eisen en legde deze als ongeldig terzijde. Ricoh betwistte dit en stelde dat de aanvullende ongeldigheidsgronden van Kindante niet tijdig waren aangevoerd. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de ongeldigheid van de inschrijving niet door het late tijdstip werd opgeheven en dat het gelijkheidsbeginsel voorrang heeft boven eventueel opgewekt vertrouwen.
De rechtbank stelde vast dat Ricoh niet voldeed aan de minimumeis dat een accountantsverklaring gewaarmerkt moest zijn door een registeraccountant of bevoegde accountant-administratieconsulent en dat de stukken in het Engels waren terwijl inschrijving in het Nederlands was voorgeschreven. Ricoh kreeg geen gelegenheid tot herstel omdat de eisen duidelijk waren en vooraf kenbaar. Hierdoor werd de inschrijving van Ricoh ongeldig verklaard.
De rechtbank verklaarde Ricoh niet-ontvankelijk in haar vorderingen en wees de vorderingen van Océ af, waarbij Ricoh werd veroordeeld in de proceskosten van Kindante en Océ. Het vonnis werd uitgesproken op 31 januari 2011 door mr. R.H.J. Otto.
Uitkomst: Ricoh wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ongeldige inschrijving; vorderingen Océ worden afgewezen.