ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6081

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
26 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
161351 / FA RK 11-569
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:94 lid 4 BWArt. 1:115 BWArt. 1:119 BWArt. 1:121 BWWet verevening pensioenrechten bij scheiding
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot rechterlijke goedkeuring wijziging huwelijkse voorwaarden inzake pensioenverevening

Verzoekers hebben de rechtbank verzocht om goedkeuring van een wijziging van hun huwelijkse voorwaarden, specifiek gericht op het opnemen van pensioenverevening conform de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding. De oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden bevatten een bepaling dat na echtscheiding geen verrekening van pensioenaanspraken zou plaatsvinden.

De rechtbank beoordeelde of voor deze wijziging rechterlijke goedkeuring noodzakelijk is. Volgens de wet kunnen partijen bij huwelijkse voorwaarden afwijken van de wettelijke gemeenschap van goederen, mits niet in strijd met dwingende wetsbepalingen, goede zeden of openbare orde. Pensioenrechten vallen sinds de inwerkingtreding van de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding buiten het huwelijksvermogensrecht.

Daarom oordeelde de rechtbank dat de voorgestelde wijziging geen afwijking van vermogensrechtelijke regels inhoudt, en dat noch rechterlijke goedkeuring noch notariële vorm vereist is. De rechtbank verklaarde het verzoek dan ook niet-ontvankelijk. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot rechterlijke goedkeuring van de wijziging van huwelijkse voorwaarden inzake pensioenverevening.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Beschikking: 26 mei 2011
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven:
Zaaknummer: 161351 / FA RK 11-569
In de zaak van:
[verzoeker 1],
en:
[verzoeker 2],
beiden wonende te [adres],
verzoekers,
notaris mr. M.H.M. Bemelmans.
1. Verloop van de procedure
Verzoekers hebben op 11 mei 2011 ter griffie ingediend een verzoekschrift tot goedkeuring voor het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk overeenkomstig het ontwerp van de notariële akte, dat bij het verzoekschrift is overgelegd.
2. Beoordeling
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank goedkeuring geeft tot het wijzigen van de tussen verzoekers op 10 oktober 1984 overeengekomen huwelijkse voorwaarden, op die datum verleden voor J.N. Sluypers, destijds notaris met als plaats van vestiging Beek (Limburg). Voor zover hier van belang, houden die huwelijkse voorwaarden in - in artikel 5 - dat na echtscheiding tussen partijen geen verrekening zal plaatsvinden van de waarde van vóór of tijdens het huwelijk door een van hen of beiden opgebouwde pensioenaanspraken.
Verzoekers wensen artikel 5 thans Pro te wijzigen in die zin dat tussen hen, na echtscheiding, de waarde van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken zullen worden verevend overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding.
Het is de vraag of die wijziging rechterlijke goedkeuring behoeft. Bij huwelijkse voorwaarden kunnen partijen afwijken van de regels der wettelijke gemeenschap, mits die voorwaarden niet met dwingende wetsbepalingen, de goede zeden, of de openbare orde in strijd zijn. Daarvan uitgaande is het begrip 'huwelijkse voorwaarden' - dat in de wet niet is gedefinieerd - niets anders dan een overeenkomst tussen (aanstaande) echtgenoten waarbij wordt afgeweken van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt, voor welke overeenkomst de wetgever, op straffe van nietigheid, de notariële vorm constitutief heeft geacht.
Pensioenrechten waarop de op 1 mei 1995 in werking getreden Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding van toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op nabestaandenpensioen, vallen sindsdien buiten het bereik van het huwelijksvermogensrecht. In artikel 1: 94, vierde lid BW heeft de wetgever zulks ook uitdrukkelijk bepaald.
Gelet hierop moet worden aangenomen dat de wens van verzoekers om, bij echtscheiding, de opgebouwde pensioenaanspraken te doen verevenen overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding in wezen geen afwijking behelst van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt. Daaruit volgt dat voor de voorgestelde wijziging niet alleen geen rechterlijke goedkeuring is voorgeschreven maar zelfs niet de notariële vorm.
Dat betekent dat de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren.
3. Beslissing
Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek goedkeuring te verlenen voor het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.
LF
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.