ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6134
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening verjaarde dwangsommen na echtscheiding en executieverbod
Partijen zijn gewezen echtgenoten van wie het huwelijk in 1996 is ontbonden. Na diverse procedures werd de man veroordeeld tot medewerking aan de passering van een verdelingsakte, met een dwangsom van € 1.000 per dag tot een maximum van € 30.000 bij niet-naleving. De man heeft deze dwangsommen verbeurd, maar stelde dat de vordering verjaard was.
De vrouw stelde dat zij de verbeurde dwangsommen van € 30.000 op 15 september 2010 expliciet heeft verrekend met een vordering van de man van € 31.438,36, en dat zij het restant aan hem heeft betaald. De man voerde aan dat een dwangsom geen rechtsvordering is en dat verrekening niet mogelijk is. De voorzieningenrechter oordeelde dat de dwangsom weliswaar een vorm van reële executie is, maar dat de betalingsverplichting een rechtsvordering vormt die verjaring niet aantast voor verrekening.
De man kon niet aannemelijk maken dat hij nog een hogere vordering had dan € 30.000. De voorzieningenrechter verbood de man om de executie voort te zetten en om beslag te leggen op het loon van de vrouw, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd de man veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt verboden de executie voort te zetten en beslag te leggen, onder verbeurte van dwangsommen en veroordeeld in proceskosten.