ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7121
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onmogelijkheid vruchtbare samenwerking en verwijtbare gedragingen werkgever
ENCI verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, primair op grond van een dringende reden wegens grove veronachtzaming van arbeidsverplichtingen, en subsidiair wegens veranderde omstandigheden. De werknemer was sinds 1993 in dienst als Groepsleider Planning & Werkvoorbereiding en controleerde onder meer urenstaten van externe firma’s.
De kantonrechter oordeelde dat de dringende reden onvoldoende was bewezen. De werknemer kon niet verantwoordelijk worden gehouden voor het blind aftekenen van urenbriefjes, omdat hem de middelen ontbraken om deze te controleren en het badge-systeem onvoldoende betrouwbaar was. Ook de inhoudelijke controle van urenverzamelstaten was door tijdgebrek en hectiek beperkt, zonder bewijs van opzet.
Wel stelde de kantonrechter vast dat de samenwerking tussen partijen ernstig was verstoord en het vertrouwen was weggevallen, vooral door het opzeggen van vertrouwen door de direct leidinggevende. Dit werd in overwegende mate aan de werkgever toegerekend, die onvoldoende middelen ter beschikking stelde en onterecht de integriteit van de werknemer in twijfel trok.
Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met een bruto vergoeding van €175.000,- aan de werknemer, en werd ENCI veroordeeld in de proceskosten. De ontbinding werd uitgesproken per 15 juni 2011.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 15 juni 2011 met een bruto vergoeding van €175.000,- aan werknemer.