ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0465
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling schenking na beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden vanaf 2003 tot medio 2010 een affectieve relatie. Eiser heeft in 2005 een bedrag van €195.000 geschonken aan gedaagde, bedoeld ter aanvulling van haar inkomen na beëindiging van haar arbeidsrelatie. Eiser vordert terugbetaling van een deel van dit bedrag na het beëindigen van de relatie, stellende dat de schenking onder voorwaarde was gedaan dat de relatie zou voortduren.
De rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van een schenkingsovereenkomst, maar dat deze niet onder een voorwaarde of verplichting aan gedaagde is gedaan. De notariële akte bevat geen dergelijke voorwaarde en de omstandigheden en correspondentie wijzen niet op een periodieke uitkering gekoppeld aan het voortduren van de relatie.
Eiser kan ook niet slagen met een beroep op ontbinding van een wederkerige overeenkomst, omdat de schenking niet wederkerig is. Ook het beroep op onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid faalt. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot terugbetaling van de schenking af en veroordeelt eiser in de proceskosten.