ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1705
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inverzekeringstelling wegens verboden grenscontrole door KMar
De zaak betreft de beoordeling van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van een verdachte vreemdeling na een controle door de Koninklijke Marechaussee (KMar). De rechter-commissaris constateert dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat sinds 1 juni 2011 van kracht is. Er ontbreekt een proces-verbaal dat aantoont dat de controle aan deze wettelijke eisen voldeed.
Daarnaast oordeelt de rechter-commissaris dat de controle en staandehouding van de verdachte neerkomt op een verboden grenscontrole, in strijd met artikel 67 lid 2 van Pro het VWEU en de Schengengrenscode (verordening nr. 562/2006). De nationale regeling die politieautoriteiten bevoegdheid geeft tot identiteitscontrole binnen 20 kilometer van de grens zonder specifieke risico-indicatie, wordt als onrechtmatig bestempeld.
De onrechtmatigheid van de controle heeft directe gevolgen voor de inverzekeringstelling, aangezien zonder deze controle geen vals document was aangetroffen en dus geen verdenking op grond van strafrechtelijke artikelen bestond. De rechter-commissaris wijst daarom de vordering tot inbewaringstelling af en beveelt onmiddellijke invrijheidsstelling van de verdachte.
De uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de bestuursrechter in Roermond, die soortgelijke controles als verboden grenscontroles kwalificeerden. Hiermee wordt de toepassing van artikel 4.17a Vb 2000 als grenscontrole verworpen.
Uitkomst: De vordering tot inbewaringstelling wordt afgewezen en de verdachte wordt onmiddellijk vrijgelaten wegens onrechtmatige inverzekeringstelling.