ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3446
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening paspoortaanvraag voor in het buitenland verblijvend kind
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken om de paspoortaanvraag voor zijn in India geboren en verblijvende dochter niet in behandeling te nemen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank Maastricht bevoegd is om kennis te nemen van de zaak.
Verzoeker betoogt dat de spoedeisendheid ligt in de lange duur van de procedure, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat dit risico voor rekening van verzoeker komt. Dit omdat verzoeker een onjuiste geboorteakte heeft ingediend, wat onderzoek en DNA-onderzoek noodzakelijk maakte. Tevens is gebleken dat het verblijf van de echtgenote en dochter in India nog enige tijd kan worden voortgezet en dat verlenging van het visum mogelijk is.
De voorzieningenrechter vergelijkt de situatie met een eerdere uitspraak van de rechtbank Haarlem en constateert dat verzoeker en zijn echtgenote onvoldoende zorgvuldig zijn geweest. Ook bestaat geen uitspraak van een Indiase rechter over het juridisch vaderschap. Bovendien zou toewijzing van de voorlopige voorziening kunnen leiden tot een moeilijk omkeerbare situatie.
Gelet op de complexe materie en het ontbreken van onverwijlde spoed wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste onverwijlde spoed.