ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3513
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij vordering controlekosten door zelfstandig bestuursorgaan
Het ControleBureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten (CPEE) vordert betaling van kosten voor een uitgevoerde controle bij [gedaagde]. CPEE stelt dat zij als zelfstandig bestuursorgaan bevoegd is om tarieven vast te stellen en deze kosten op grond van de Landbouwkwaliteitswet in rekening te brengen. [gedaagde] betwist dit en stelt dat de vordering een eenzijdig opgelegde heffing betreft zonder civielrechtelijke grondslag.
De kantonrechter onderzoekt allereerst zijn bevoegdheid om van de vordering kennis te nemen. Hoewel de vordering qua bedrag binnen de kantonrechterlijke competentie valt, oordeelt de rechter dat de vordering voortvloeit uit een bestuursrechtelijke bevoegdheid van CPEE en niet uit een civielrechtelijke rechtsbetrekking. Hierdoor valt de vordering niet onder de burgerlijke rechterlijke macht.
De kantonrechter stelt vast dat CPEE een bestuursorgaan is dat met openbaar gezag is bekleed en dat de vaststelling van het tarief en de betalingsverplichting een bestuursrechtelijke beslissing betreft. Het is daarom aan de bestuursrechter om hierover te oordelen, waarbij bezwaar en beroep mogelijk zijn volgens de Algemene wet bestuursrecht.
In reconventie vordert [gedaagde] een verklaring voor recht dat de betaling ten onrechte wordt gevraagd, maar deze vordering wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. De kantonrechter verklaart CPEE niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelt haar in de proceskosten van [gedaagde] en de vereniging Vakcentrum. De procedurekosten in reconventie worden gecompenseerd.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en wijst de vordering van het ControleBureau tot betaling van controlekosten af.