ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3534
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging ontruimingstermijn na einde huurovereenkomst voor bepaalde tijd
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd en het verzoek van de huurder tot verlenging van de ontruimingstermijn. De huurovereenkomst was aangegaan voor een initiële duur van zes jaar en daarna tienmaal verlengd met telkens één jaar, tot eind januari 2011. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd per 30 januari 2011 en de ontruiming schriftelijk aangezegd.
De huurder stelde dat de huurovereenkomst stilzwijgend was verlengd en dat een opzegtermijn van één jaar geldt, maar dit werd afgewezen. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst van rechtswege eindigde op 29 januari 2011 en dat opzegging niet vereist was. Het verzoek van de huurder tot verlenging van de ontruimingstermijn tot 30 januari 2012 werd echter toegewezen, omdat de huurder aannemelijk had gemaakt dat voortijdige ontruiming ernstige financiële gevolgen zou hebben.
De verhuurder kon niet aannemelijk maken dat zij een reëel belang had bij spoedige ontruiming vóór 2012, mede gelet op de planning van werkzaamheden die pas vanaf 2015 zouden aanvangen. De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Verder werden de overige verzoeken van de verhuurder afgewezen.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt verlengd tot 30 januari 2012 omdat het belang van de huurder zwaarder weegt dan dat van de verhuurder.