ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3970
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- E.W.A. van den Berg
- J.H. Klifman
- W.H.B. Dreissen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beklag notaris tegen inbeslagneming dossiers ongegrond wegens uitzonderlijke omstandigheden
Een notaris diende een klaagschrift in tegen de inbeslagneming van drie dossiers door de rechter-commissaris in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De notaris beriep zich op het verschoningsrecht, stellende dat geen uitzonderingen van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden bestonden die het belang van waarheidsvinding zwaarder laten wegen dan het verschoningsrecht. De notaris werd verdacht van valsheid in geschrifte met betrekking tot authentieke akten, waarbij onder meer sprake was van aanzienlijke verschillen tussen opgegeven verkoopprijzen en WOZ-waarden, en onjuiste vermelding van betalingen.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie en criteria van de Hoge Raad om doorbreking van het verschoningsrecht te beoordelen, en concludeerde dat het maatschappelijk belang bij het vertrouwen in notariële akten en de ernst van het vermeende misdrijf zwaarder wegen dan het verschoningsrecht.
Hierdoor werd het beklag ongegrond verklaard en bleef het beslag op de dossiers gehandhaafd. De uitspraak benadrukt de uitzonderlijke aard van het doorbreken van het verschoningsrecht bij notariële geheimhouding in strafrechtelijke onderzoeken.
Uitkomst: Het beklag van de notaris tegen de inbeslagneming van dossiers wordt ongegrond verklaard vanwege uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen.