ECLI:NL:RBMAA:2011:BT6238
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Machtiging kantonrechter vereist voor uitbetaling geschonken bedragen onder bewind
Op 1 juni 2011 stelde de kantonrechter bewind in over het vermogen van de vader en benoemde zoon 1 tot bewindvoerder. De vader bezit een aanzienlijk vermogen, grotendeels in geld en een bedrijfspand, met schulden die voortkomen uit schenkingen aan zijn drie kinderen. Deze schenkingen zijn onder voorwaarden opeisbaar, onder meer bij onderbewindstelling.
Tijdens de zitting op 21 september 2011 bleek dat zoon 1 en de dochter wilden vasthouden aan de situatie zoals voor de onderbewindstelling, waarbij alleen rente wordt betaald en geen uitbetaling van de geschonken bedragen plaatsvindt. Zoon 2 wenst echter uitbetaling van ten minste een deel van zijn geschonken bedrag. De kantonrechter overweegt dat de vader zich niet bewust was van de gevolgen van het bewind voor de opeisbaarheid van de schenkingen en dat het uitgangspunt in de akten was dat de schenkingen niet opeisbaar zouden zijn zolang het vermogen onder bewind staat.
Gezien de conflicterende belangen tussen de bewindvoerder en de vader en de omvang van het vermogen, bepaalt de kantonrechter dat de bewindvoerder niet zonder zijn machtiging mag overgaan tot uitbetaling van de geschonken bedragen of tot herroeping van de schenkingen. Tevens moet de bewindvoerder periodiek rekening en verantwoording afleggen over het gevoerde bewind.
Uitkomst: De bewindvoerder mag niet zonder machtiging van de kantonrechter geschonken bedragen uitbetalen of schenkingen herroepen.