ECLI:NL:RBMAA:2011:BU3185
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot toelating wettelijke schuldsanering wegens verblijf in Duitsland
Verzoeker heeft op 18 oktober 2011 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Uit de stukken blijkt dat verzoeker sinds 1 februari 2010 naar Duitsland is vertrokken en geen vermogensbestanddelen meer in Nederland bezit. Zijn voormalige woning in Kerkrade is per openbare veiling verkocht en hij heeft een Duits correspondentieadres opgegeven.
De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 2 lid 2 Faillissementswet Pro is de rechtbank van de laatste woonplaats bevoegd, maar verzoeker heeft geen bekende woonplaats meer in Nederland. Volgens artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000 is de rechter van het land waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar ligt bevoegd. Dit centrum is de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk zijn belangen beheert en die herkenbaar is voor derden.
De rechtbank concludeert dat Duitsland het centrum van de voornaamste belangen is en dat verzoeker geen activiteiten meer in Nederland ontplooit. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsanering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot wettelijke schuldsanering.