ECLI:NL:RBMAA:2011:BU3586
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige contactregeling en onderzoek opvoedingssituatie bij weigering moeder tot omgang vader-kind
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak waarin een driejarig ernstig ziek kind door toedoen van de moeder zijn gezaghebbende vader niet kent. De moeder weigert mee te werken aan het tot stand brengen van contact tussen vader en kind, ondanks het recht van het kind op omgang en informatie over zijn vader op grond van internationale en nationale wetgeving.
De moeder stelde zich op het standpunt dat zij vanwege bedreigingen en een overbelaste psychische toestand niet kon meewerken aan omgang, terwijl de vader zijn recht op omgang en informatie over het kind opeist. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dat de vader recht heeft op omgang en dat de moeder niet voldoende meewerkt.
De rechtbank oordeelde dat de rechten van het kind worden geschonden door het ontbreken van contact met de vader en dat de moeder haar verplichtingen niet nakomt. De rechtbank stelde een voorlopige regeling vast waarbij de vader wekelijks enkele uren contact krijgt met het kind in het kinderdagverblijf en dat de moeder eenmaal per maand uitvoerige informatie over het kind aan de vader verstrekt.
Daarnaast beveelt de rechtbank een onderzoek door de Raad naar de opvoedingssituatie bij de moeder, met speciale aandacht voor de vraag of het ontbreken van contact met de vader de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigt en of een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige contactregeling vast en beveelt een onderzoek naar de opvoedingssituatie bij de moeder.