ECLI:NL:RBMAA:2011:BU6969
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.M. Kleijkers
- J.N.F. Sleddens
- R.J.G.H. Seerden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring en bevestiging intrekking horeca- en DHW-vergunning
Eisers, bestaande uit een horecaonderneming en haar leidinggevende, maakten bezwaar tegen de intrekking van hun horeca-exploitatie- en Drank- en Horecawet-vergunningen door de gemeente Heerlen. De leidinggevende was aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat hij wel belanghebbende is omdat de intrekking mede gebaseerd is op zijn gedragingen.
De rechtbank onderzoekt vervolgens de inhoudelijke gronden voor de intrekking. Verweerders baseren hun besluit op feiten en omstandigheden die wijzen op slecht levensgedrag van de leidinggevende, waaronder strafrechtelijke verdenkingen en aangiftes van ernstige misdrijven, alsmede het bezit van kinderporno. Ook eerdere veroordelingen en verdenkingen zijn betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank concludeert dat verweerders zich op redelijke gronden op het standpunt hebben gesteld dat de leidinggevende niet voldoet aan de eisen van de Drank- en Horecawet. De intrekking van de vergunningen is daarom terecht en op goede gronden. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de ontvankelijkheid betreft, maar ongegrond voor het overige. Verweerders worden veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de leidinggevende ontvankelijk in bezwaar maar bevestigt de intrekking van de vergunningen wegens slecht levensgedrag.