ECLI:NL:RBMAA:2011:BU8257
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning en gezags- en omgangsregeling door gehuwde man
De man, die in 2003 een kind kreeg uit een relatie met een vrouw en in 2009 met een andere vrouw trouwde, verzocht vervangende toestemming voor erkenning van het kind. De rechtbank bekeek of artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro van toepassing was, dat erkenning door een gehuwde man beperkt indien geen op het huwelijk gelijkende band met de moeder bestaat of geen nauwe persoonlijke betrekking tot het kind.
De man stelde dat hij een nauwe persoonlijke betrekking met het kind had, maar de vrouw betwistte dit en stelde dat er nauwelijks contact was geweest. De bijzondere curator adviseerde een onderzoek naar de gevolgen van erkenning op het kind, gezien diens medische en ontwikkelingsproblemen.
De rechtbank concludeerde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestond. De wettelijke tekst laat geen andere uitleg toe dan dat erkenning zonder die betrekking niet mogelijk is. Daarom werd het verzoek tot vervangende toestemming afgewezen. Gevolg was dat ook de verzoeken tot gezamenlijk gezag, informatie- en consultatieverplichting en omgangsregeling werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming erkenning en aanverwante verzoeken worden afgewezen wegens ontbreken van nauwe persoonlijke betrekking.