ECLI:NL:RBMAA:2011:BW7169
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Onterechte intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermeende onttrekking aan vrijheidsstraf
Verzoeker kreeg zijn bijstandsuitkering ingetrokken en het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd omdat hij volgens het CJIB zich zou onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Verzoeker betwistte dit en stelde dat hij niet voortvluchtig was, daadwerkelijk op zijn adres verbleef en zich had gemeld bij justitie, maar dat er geen plaats was in de penitentiaire inrichting.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het besluit tot intrekking en terugvordering formeel correct was genomen, maar dat artikel 13 van Pro de WWB ruimte laat voor een volledige toetsing van de feiten. Hoewel verweerder aannemelijk had gemaakt dat verzoeker zich onttrekt aan de straf, slaagde verzoeker erin dit vermoeden te weerleggen met bewijs dat hij niet voortvluchtig was en zich niet onttrok aan de straf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het onaannemelijk was dat het besluit in de hoofdzaak stand zou houden en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden geschorst omdat verzoeker niet aannemelijk onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf.