ECLI:NL:RBMAA:2011:BZ5464
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitblijven besluit op Wob-aanvraag en bezwaarschrift
Eiser heeft bij brief van 9 mei 2011 beroep ingesteld tegen het uitblijven van besluiten op zijn aanvraag van 11 augustus 2010 en op zijn bezwaarschrift van 25 januari 2011. De aanvraag betrof een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om toezending van stukken met betrekking tot een naheffingsaanslag. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Heerlen, heeft op 21 januari 2011 een besluit genomen waarbij de aanvraag gedeeltelijk werd afgewezen. Eiser maakte hiertegen bezwaar, waarop verweerder nog niet heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingesteld. Dit volgt uit artikel 6:12 Awb Pro en de termijn van ingebrekestelling. Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift is echter gegrond. De rechtbank vernietigt het besluit als bedoeld in artikel 6:2 onder Pro b Awb en stelt de hoogte van de verbeurde dwangsom vast op het maximale bedrag van €1260.
Verder wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen op het bezwaar. Voor elke dag dat verweerder niet voldoet, verbeurt hij een dwangsom van €100 tot een maximum van €10.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Seerden op 27 juli 2011.
Uitkomst: Beroep tegen uitblijven besluit op aanvraag niet-ontvankelijk, beroep tegen uitblijven besluit op bezwaarschrift gegrond met dwangsom en verplichting tot beslissing.