ECLI:NL:RBMAA:2012:BV2672
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor verstrekken paspoort aan derden
Verdachte werd beschuldigd van het ter beschikking stellen van haar Nederlandse paspoort aan anderen, waaronder [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], met het oogmerk dat zij het paspoort als hun eigen identiteitsbewijs zouden gebruiken. De officier van justitie baseerde zich onder meer op een fotoconfrontatie waarbij verdachte [medeverdachte 1] herkende.
De verdediging betoogde dat de fotoconfrontatie onbetrouwbaar was en dat het onduidelijk was aan wie verdachte daadwerkelijk haar paspoort had gegeven. De rechtbank onderzocht de betrouwbaarheid van de fotoconfrontatie en concludeerde dat deze niet volgens de regels was uitgevoerd en onvoldoende betrouwbaar was om als bewijs te dienen. Hierdoor bleef de verklaring van verdachte tegenover die van [medeverdachte 1] staan, zonder dat de rechtbank kon vaststellen dat verdachte haar paspoort daadwerkelijk aan [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] had verstrekt.
Ook het oogmerk van verdachte om het paspoort aan het nichtje van [medeverdachte 4] te verstrekken kon niet worden bewezen, noch dat verdachte medeplichtig was aan het verstrekken van het paspoort aan anderen. De rechtbank hield rekening met de mogelijkheid dat verdachte haar paspoort terug wilde en niet meer instemde met het gebruik ervan door derden. Gezien het ontbreken van een gezamenlijk opzet en onvoldoende bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het verstrekken van haar paspoort aan derden met oogmerk gebruik.