ECLI:NL:RBMAA:2012:BV8357

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
6 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
402223 EJ VERZ 10-6936
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:460 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring en vergoeding van mentoraatskosten en extra uren

De mentor verzocht om goedkeuring van mentoraatskosten, bestaande uit intakekosten van €323,- en een vergoeding voor 4½ maand mentorschap, plus een verzoek om vergoeding van extra uren voor vijf maanden. De kantonrechter baseerde zich op artikel 1:460 lid 2 BW Pro en de LOVCK-aanbevelingen omtrent kosten en beloning van mentoren.

De reguliere vergoeding werd toegekend over 4½ maand, omdat de mentor vanaf 19 augustus 2010 was benoemd, wat resulteerde in een totaal van €628,25 exclusief BTW. De vergoeding voor extra uren werd slechts gedeeltelijk toegekend, omdat de mentor geen voorafgaande begroting had ingediend, maar wel voldoende aannemelijk had gemaakt dat er extra werk was verricht. De kantonrechter stelde het aantal extra uren lager vast dan opgegeven, namelijk 12 uren, en kende een vergoeding van €420,- exclusief BTW toe, onder de voorwaarde dat de betrokkene bijzondere bijstand ontvangt.

Het verzoek om meer of anders verzochte vergoeding werd afgewezen. De beschikking werd op 6 maart 2012 door de kantonrechter uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter keurt de reguliere mentoraatsvergoeding en intakekosten goed en kent een gedeeltelijke vergoeding toe voor extra uren onder voorwaarde van bijzondere bijstand.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
Zaaknr: 402223 EJ VERZ 10-6936
MBnr: 27564
Beschikking van 6 maart 2012
op het verzoek van
[Mentor],
postadres: [postadres],
verder: de mentor,
in haar hoedanigheid van mentor over:
[Betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonend te [adres],
verder te noemen: de betrokkene.
1. verloop van de procedure
Het verzoekschrift is ingekomen op 18 november 2010.
2. feiten
Bij beschikking van 19 augustus 2010 is [mentor] benoemd tot mentor over de betrokkene.
3. verzoek
De mentor verzoekt om goedkeuring van mentoraatkosten, bestaande uit de intakekosten van € 323,- alsmede een vergoeding voor 5 maanden mentorschap ad € 67,70 per maand, dus € 338,50, in totaal door de mentor naar beneden afgerond tot € 661,-.
De mentor verzoekt tevens om goedkeuring van 5 extra uren per maand voor de maanden augustus tot en met december 2010, dus in totaal 5 x € 35,- x 5 = € 875,-.
4. beoordeling
4.1 Ingevolge art.1:460 lid 2 BW Pro kan de rechter aan de mentor ten laste van betrokkene een beloning toekennen indien hij zulks redelijk acht, de financiële draagkracht van betrok-kene in aanmerking genomen.
4.2 Waar het betreft de reguliere beloning overweegt de kantonrechter dat in de door het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren (LOVCK) vastgestelde “Aanbeve-lingen omtrent kosten en beloning van de mentor” een forfaitair tarief wordt aanbevolen op het niveau van de professionele bewindvoerder die geen lid is van de branchevereniging.
In overeenstemming hiermee zal de kantonrechter het verzoek toewijzen, zij het niet over 5, maar over 4½ maanden, omdat de mentor is benoemd met ingang van 19 augustus 2010. De reguliere beloning is dan ook 9/24e x € 814,- = € 305,25, vermeerderd met de door de be-windvoerder verzochte intakekosten van € 323,-, derhalve een totaalbedrag van € 628,25.
4.3 Inzake de beloning wegens extra uren overweegt de kantonrechter dat mentoren die voorzien dat meer kosten zullen worden gemaakt dan het bedrag van de forfaitaire onkosten-vergoeding, op grond van bovenbedoelde LOVCK-aanbeveling vooraf aan de kantonrechter een begroting behoren voor te leggen, die begroting niet zonder toestemming van de kanton-rechter mogen overschrijden en na afloop van het jaar aan de kantonrechter moeten verant-woorden tot welk bedrag de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
Vastgesteld wordt dat de mentor niet vooraf een begroting aan de kantonrechter heeft over-gelegd - het verzoek om vergoeding van extra kosten kan hoogstens worden gezien als een begroting voor extra kosten voor december 2010. De kantonrechter kan evenwel ook zonder vooraf voorgelegde begroting een beloning wegens extra werk toekennen en ziet in dit geval aanleiding te beoordelen of daartoe in dit geval voldoende grond bestaat.
4.4 Bij de beoordeling of sprake is van extra werk, dient mee te wegen dat de forfaitaire beloning is bepaald op basis van een gemiddeld aantal uren dat een goede taakvervulling in beslag neemt (volgens de LOVCK-aanbeveling tot en met 2010 15 uren per jaar en daarna 16 uren per jaar). De toelichting in de aanbeveling vermeldt in dit verband dat de ervaring leert dat in een bepaald jaar sommige cliënten weinig aandacht vergen en andere veel. Kortom, het enkele feit dat er in een jaar extra - meer dan 15 respectievelijk 16 uren - werk is verricht, wil nog niet zeggen dat daar¬voor een extra beloning moet worden toegekend.
Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat pas aanleiding voor een beloning voor extra werk als de mentor ten behoeve van de betrokkene een zodanige hoeveelheid uren heeft moeten werken dat die redelijkerwijs niet meer vallen binnen de marges die passen bij het gemiddelde van 15 respectievelijk 16 uur. Het is aan de mentor om de noodzaak van die werkzaamheden en de omvang ervan te onderbouwen, bijvoorbeeld met een gedetailleerde beschrijving van de werkzaamheden en een urenspecificatie. Daarbij geldt dat, anders dan wanneer alleen het reguliere forfaitaire tarief wordt toegepast, die noodzaak en omvang ook moeten worden onderbouwd waar het betreft de eerste 15 respectievelijk 16 uren.
Daarnaast geldt ook bij een beloning wegens extra uren de beperking dat die slechts wordt toegekend voorzover de kantonrechter zulks redelijk acht, de financiële draagkracht van betrokkene in aanmerking genomen.
4.5 De kantonrechter acht voldoende aannemelijk gemaakt dat in dit geval de mentor zodanig veel extra werk - door de kantonrechter echter, mede in aanmerking genomen de gebrekkige onderbouwing, ingeschat op een lager aantal uren dan het door de bewindvoerder opgegeven aantal uren, namelijk in totaal 12 uren - heeft verricht dat aanleiding bestaat voor een beloning daarvan. De draagkracht van de betrokkene is echter zodanig dat toekenning van die beloning slechts redelijk is voor zover zij voor die beloning extra inkomen ontvangt in de vorm van bijzondere bijstand, hetgeen volgens de mentor het geval is.
Uitgaande van het door de mentor gehanteerde uurtarief van € 35,- excl. BTW betekent dit dat de extra beloning over 2010 zal worden bepaald op € 420,- excl. BTW, dit echter onder de voorwaarde dat de betrokkene daarvoor bijzondere bijstand ontvangt.
beslissing
De kantonrechter:
a. kent aan de mentor ten laste van de betrokkene voor in 2010 verrichte reguliere werk-zaamheden, inclusief niet nader te specificeren onkosten, alsmede intakekosten een belo-ning toe van € 628,25 exclusief BTW,
b. kent aan de mentor ten laste van de betrokkene voor in 2010 verrichte extra werkzaam-heden een beloning toe van € 420,- exclusief BTW, dit evenwel uitsluitend voor zover de betrokkene voor de betaling van deze beloning bijzondere bijstand ontvangt,
c. wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr F.J.F. Gerard, kanton-rechter, in aanwezigheid van de griffier.