ECLI:NL:RBMAA:2012:BV9947
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang aan niet-rechtmatig verblijvende verzoeker
Verzoeker, die niet rechtmatig in Nederland verblijft en ongewenst is verklaard, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hem adequate maatschappelijke opvang wordt geboden. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, had de toegang tot maatschappelijke opvang geweigerd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en het ontbreken van rechtmatig verblijf.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker behoort tot de categorie kwetsbare personen, mede vanwege zijn medische aandoening (suikerziekte) en dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 8 EVRM Pro) positieve verplichtingen kan meebrengen voor de staat om de fysieke en psychische integriteit van personen te waarborgen. Hoewel verzoeker niet rechtmatig verblijft, achtte de voorzieningenrechter de weigering van maatschappelijke opvang niet in balans met verzoekers belangen, zolang niet vaststaat dat hij Nederland daadwerkelijk kan verlaten.
Op basis van de situatie in Somalië en een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) waarin werd aangegeven dat geen actieve uitzetting zal plaatsvinden, concludeerde de voorzieningenrechter dat verzoeker buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten. Daarom moet verweerder maatschappelijke opvang bieden totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit, wijst het verzoek toe, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en maatschappelijke opvang moet worden verleend zolang verzoeker Nederland niet kan verlaten.