ECLI:NL:RBMAA:2012:BW0060
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- E.H.A.F.M. Krol
- M.E. Kramer
- E.W.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot inbewaringstelling na onrechtmatige inverzekeringstelling wegens termijnoverschrijding
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering tot inbewaringstelling van verdachte afwees. Verdachte was op 6 maart 2012 aangehouden en in verzekering gesteld, waarna hij na termijn in vrijheid werd gesteld, maar direct weer buiten heterdaad aangehouden en opnieuw in verzekering gesteld. De rechter-commissaris wees de inbewaringstelling af omdat de aansluitende inverzekeringstelling onrechtmatig was en het tijdsverloop tussen aanhouding en voorgeleiding meer dan drie dagen en 15 uren bedroeg.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er ernstige bezwaren en recidivegrond waren, de rechter-commissaris ten onrechte de afwijzing baseerde op het enkele feit van de termijnoverschrijding. De rechtbank benadrukte dat de fasen van preventieve hechtenis zelfstandig beoordeeld moeten worden en dat de rechter-commissaris eerst aan alle wettelijke voorwaarden voor voorlopige hechtenis had moeten toetsen.
Desondanks bevestigde de rechtbank de afwijzing van de inbewaringstelling vanwege de schending van artikel 5 lid 3 EVRM Pro, dat een prompte voorgeleiding vereist. Het hoger beroep van de officier van justitie werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de inbewaringstelling bevestigd wegens schending van artikel 5 EVRM.