ECLI:NL:RBMAA:2012:BW0275
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang sluiting woning
De rechtbank Maastricht behandelde op 28 maart 2012 het verzoek van een verhuurder om een voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang die de burgemeester van Heerlen had opgelegd om zijn woning voor twaalf maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Verzoeker stelde dat het besluit tot sluiting tot onoverkomelijke financiële problemen zou leiden en dat ook imagoschade voor zijn bedrijf zou ontstaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een actuele financiële noodsituatie of bedreiging van de continuïteit van een onderneming. Dit was niet aannemelijk gemaakt.
Ook de gevreesde imagoschade werd onvoldoende onderbouwd, mede omdat de sluiting al meer dan twee maanden van kracht was toen het verzoek werd ingediend. Bovendien was het bevel tot sluiting niet aan de woning aangebracht maar op het kantoor van het bedrijf ter inzage gelegd, waardoor de belangenafweging in het voordeel van handhaving uitviel.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.