ECLI:NL:RBMAA:2012:BX2247
Rechtbank Maastricht
- Raadkamer
- E.H.A.F.M. Krol
- M.C.A.E. van Binnebeke
- M.E. Kramer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige aansluitende inverzekeringstelling verworpen
De zaak betreft het hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris die op 22 juni 2012 de aansluitende inverzekeringstelling van verdachte onrechtmatig heeft geoordeeld en onmiddellijke invrijheidstelling heeft bevolen.
De rechtbank oordeelt dat het hier gaat om een aansluitende inverzekeringstelling waarvoor volgens de Aanwijzing inverzekeringstelling van het Openbaar Ministerie aan drie cumulatieve eisen moet worden voldaan. De rechtbank kan echter niet vaststellen of aan deze eisen is voldaan, omdat het dossier onvolledig is en het onduidelijk is of verdachte opnieuw is aangehouden voor hetzelfde of andere feiten. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de tweede inverzekeringstelling rechtmatig was.
De rechter-commissaris had geoordeeld dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond ten tijde van de aanhouding en dat het dossier onvoldoende duidelijkheid bood over de identiteit van verdachte in relatie tot de verdenking. De officier van justitie stelde dat de tweede inverzekeringstelling rechtmatig was en verwees naar het proces-verbaal van bevindingen, maar kon de rechtbank niet overtuigen.
De verdediging benadrukte het ontbreken van bewijs dat verdachte de persoon op de getoonde foto was en stelde dat de rechter-commissaris terecht de inverzekeringstelling onrechtmatig had bevonden. De rechtbank bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte blijft gehandhaafd.