ECLI:NL:RBMAA:2012:BX6252
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing ik-opa-clausule wegens gewijzigde fiscale wetgeving
Op 29 augustus 2012 heeft de rechtbank Maastricht beslist op het verzoek tot opheffing van een testamentaire last, bekend als de ik-opa-clausule, opgelegd door de overleden erflaatster aan haar dochters. Deze clausule verplicht de kinderen om een renteloze, niet opeisbare vordering toe te kennen aan hun eigen kinderen, de kleinkinderen van de erflaatster, met als doel successiebelasting te besparen.
De rechtbank overwoog dat de fiscale wijziging per 1 januari 2010 van artikel 10 van Pro de Successiewet 1956 de werking van deze clausule heeft aangetast. De vorderingen van de kleinkinderen worden sindsdien voor de successiebelasting als verkrijgingen uit erfrecht aangemerkt, waardoor het beoogde belastingvoordeel verdwijnt. Dit strookt niet langer met de bedoeling van de erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament.
Gezien deze gewijzigde omstandigheden en het belang van de betrokken erfgenamen achtte de rechtbank het ongerechtvaardigd om de last in stand te houden. De opheffing van de last betekent dat verzoekster niet langer aansprakelijk is voor de uitvoering ervan. Het verzoek tot opheffing namens de minderjarige kinderen werd afgewezen wegens gebrek aan ontvankelijkheid.
De beslissing respecteert de overige bepalingen van het testament en houdt rekening met de persoonlijke en maatschappelijke belangen die bij de last zijn betrokken.
Uitkomst: De rechtbank heft de ik-opa-clausule op wegens gewijzigde fiscale omstandigheden die het oorspronkelijke doel van de last ondermijnen.