ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7067
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake wijziging hoofdverblijf kind wegens verblijf in Polen
De vader verzocht de rechtbank Maastricht primair om het hoofdverblijf van zijn dochter bij hem vast te stellen en subsidiair om wijziging van de zorg- en opvoedingstaken. De moeder woont met de dochter in Polen en voerde een exceptie van onbevoegdheid op. De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid op grond van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II-bis).
De rechtbank stelde vast dat het kind haar gewone verblijfplaats al drie jaar in Polen heeft en dat de moeder en het kind daar verblijven. Hoewel partijen in het echtscheidingsconvenant een forumkeuze voor de rechtbank Maastricht hadden gemaakt, oordeelde de rechtbank dat deze keuze niet bindend is indien de rechter geen rechtsmacht heeft volgens Brussel II-bis. De rechtbank Maastricht heeft op het moment van het verzoek geen uitdrukkelijke aanvaarding van haar bevoegdheid door partijen gekregen, noch is het belang van het kind daarmee gediend.
Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank wees erop dat een gerecht in Polen op grond van artikel 8 Brussel Pro II-bis wel bevoegd is. De door partijen verstrekte aanvullende informatie over vakanties en contact kon de rechtbank niet inhoudelijk behandelen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank Maastricht verklaart zich onbevoegd om het verzoek van de vader te behandelen vanwege het verblijf van het kind in Polen.