ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7382

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03/703093-12 - II
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering wegens vrijspraak verdachte

De officier van justitie heeft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingesteld tegen de verdachte, waarbij een bedrag van €19.500,- werd gevorderd. Deze vordering was gebaseerd op strafbare feiten waarvan de verdachte werd verdacht.

De rechtbank Maastricht heeft bij vonnis van 14 september 2012 de verdachte van alle ten laste gelegde feiten vrijgesproken. Omdat de verdachte niet is veroordeeld wegens een strafbaar feit, kan op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht geen ontnemingsvordering worden ingesteld.

De rechtbank heeft daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De zitting vond plaats op 31 augustus 2012, waarbij de officier van justitie, verdachte en haar raadsman zijn gehoord.

De beslissing is genomen door mr. P.H.M. Kuster, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. J.S. Holthuis en uitgesproken op 14 september 2012.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn ontnemingsvordering wegens vrijspraak van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Strafrecht
Parketnummer: 03/703093-12 (vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel)
Datum uitspraak: 14 september 2012
Beslissing inzake de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht onder voormeld parketnummer, gedateerd 1 augustus 2012 en bij deze rechtbank ter terechtzitting van 31 augustus 2012 aanhangig gemaakt, daartoe strekkende dat de rechtbank ten laste van
[naam verdachte],
geboren te [geboortegegevens verdachte],
wonende te [adresgegevens verdachte],
hierna te noemen: [naam verdachte],
het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en [naam verdachte] de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel.
De vordering is gericht op de ontneming van het voordeel verkregen door middel van een van de ten laste gelegde feiten.
De officier van justitie heeft deze vordering ingesteld naar aanleiding van een door hem onder opgemeld parketnummer gelijktijdig op 31 augustus 2012 aangebrachte strafzaak tegen [naam verdachte]. In deze zaak heeft de rechtbank heden vonnis gewezen. Bij dit vonnis is [naam verdachte] van alle haar ten laste gelegde feiten vrijgesproken.
De procesgang
De vordering dateert van 1 augustus 2012. De aan deze vordering ten grondslag liggende uitspraak is op 14 september 2012 door de rechtbank gedaan. De officier van justitie heeft de vordering derhalve aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.
De rechtbank heeft gezien de inhoud van het aan voormeld vonnis ten grondslag liggend dossier en gelet op de behandeling van de vordering ter terechtzitting van 31 augustus 2012, bij gelegenheid waarvan de officier van justitie, [naam verdachte] en haar raadsman mr. E.J.L. van de Glind, advocaat te Heerlen, zijn gehoord.
De officier van justitie heeft gevorderd vorenbedoeld voordeel vast te stellen op € 19.500,=.
De beoordeling van de vordering
Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing, aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Nu verdachte van alle haar ten laste gelegde feiten is vrijgesproken en dus niet wegens een strafbaar feit is veroordeeld, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.
DE BESLISSING
De rechtbank
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Aldus gegeven door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 14 september 2012.
Buiten staat
Mr. R.C.A.M. Philippart is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.