ECLI:NL:RBMAA:2012:BX8787
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit van verdovende middelen in woning
Op 11 april 2012 werd in de woning van verdachte een doorzoeking verricht waarbij ongeveer 9,25 gram cocaïne, 16,76 gram GHB, amfetamine en MDMA, en 100 gram hennep werden aangetroffen. Verdachte gaf schriftelijk toestemming voor de doorzoeking, hoewel hij zich overrompeld voelde. De officier van justitie stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen vanwege vermeende vormverzuimen, maar de politierechter verwierp dit.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk de genoemde verdovende middelen in zijn woning had. Verdachte verklaarde dat de middelen voor eigen gebruik waren, ter bestrijding van stress door de depressieve klachten van zijn vrouw. De strafmaat werd bepaald aan de hand van LOVS-richtlijnen voor invoer van harddrugs, met aanpassing vanwege het bezit in plaats van invoer en de hoeveelheid hennep.
Gezien het nagenoeg blanco strafblad van verdachte en de positieve ontwikkelingen in zijn leven, legde de politierechter geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar. Dit dient als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar wegens bezit van verdovende middelen.