ECLI:NL:RBMAA:2012:BY1517
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.B. Bax
- J.H. Klifman
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens niet-onverwijld indienen
De rechtbank Maastricht behandelde een vordering van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die op 6 augustus 2012 onder voorwaarden was geschorst. Bureau Jeugdzorg Limburg meldde op 4 oktober 2012 dat verdachte diverse schorsingsvoorwaarden had geschonden. Op 24 oktober 2012 werd verdachte aangehouden op last van de officier van justitie vanwege het overtreden van deze voorwaarden.
De officier van justitie diende de vordering tot opheffing van de schorsing pas op 26 oktober 2012, rond het middaguur, in. De rechtbank oordeelde dat dit niet 'onverwijld' was gebeurd zoals vereist in artikel 84, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Volgens de rechtbank betekent 'onverwijld' dat de vordering zeer snel, binnen dezelfde of de volgende dag, moet worden ingediend.
De rechtbank stelde dat het indienen van de vordering op 24 oktober 2012 mogelijk was geweest, waardoor de belangen van verdachte werden geschaad door de vertraging. Daarom wees de rechtbank de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens niet-onverwijld indienen.