ECLI:NL:RBMAA:2012:BY3004
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon voor onjuist advies over arbeidsongeschiktheidsverzekering en schadeberekening
Eiser sloot in 1988 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af die in 1991 werd aangepast op advies van gedaagde sub 1 namens de Vof. Hierbij werd een pensioenvoorziening toegevoegd, maar de indexering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf het tweede jaar werd niet voortgezet, terwijl eiser hierover was voorgelicht dat de dekking gelijk zou blijven.
Na het intreden van arbeidsongeschiktheid in 2002 bleek dat de uitkering niet werd geïndexeerd, wat leidde tot een geschil over de aansprakelijkheid van de assurantietussenpersoon. De rechtbank stelde vast dat eiser gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de mededelingen van de Vof en dat de Vof tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht.
De schade werd berekend als het verschil tussen de hypothetische situatie van onberispelijke nakoming (voortzetting oude polis met indexering) en de werkelijke situatie, minus een premievoordeel. De rechtbank wees de vordering van €77.321,65 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 januari 2005, en veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van deze schade en de proceskosten. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €77.321,65 schadevergoeding, wettelijke rente en proceskosten aan eiser.