ECLI:NL:RBMAA:2012:BY3322
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.A.G.M. Vluggen
- P.H.M. Kuster
- M.B.T.G. Steeghs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting meerderjarige dochter door vader
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het meermalen verkrachten van zijn inmiddels meerderjarige dochter in de periode 1991-1997. De officier van justitie was ontvankelijk in de vervolging, ondanks een eerdere melding in 1997 die niet tot aangifte leidde. Verdachte ontkende de tenlastegelegde feiten en stelde dat de seksuele handelingen plaatsvonden voordat de tenlastegelegde periode aanving.
De rechtbank beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van de dochter, verdachte en getuigen. Hoewel sprake was van een afhankelijkheidsrelatie en psychisch en lichamelijk overwicht, was niet wettig en overtuigend vastgesteld dat verdachte zijn dochter door geweld of bedreiging met geweld had gedwongen tot de seksuele handelingen. De rechtbank oordeelde dat het misbruik van overwicht alleen onvoldoende is voor verkrachting.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens immateriële schade. De rechtbank legde de kosten van de benadeelde partij ter verdediging op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang of bedreiging met geweld bij verkrachting van zijn meerderjarige dochter.