ECLI:NL:RBMAA:2012:BY7405
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen straatprostitutieverbod in Heerlen
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de gemeente Heerlen om de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) te wijzigen, waardoor vanaf 1 januari 2013 een algemeen straatprostitutieverbod geldt binnen de gemeente.
Verzoeksters maakten bezwaar tegen deze wijziging en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank oordeelt dat de APV, inclusief het straatprostitutieverbod, een algemeen verbindend voorschrift is en dat tegen een dergelijk besluit geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 7:1 en Pro 8:2 Awb.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeksters een spoedeisend belang hebben, maar dat het nadeel dat zij ondervinden niet zodanig is dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Het bezwaar is naar verwachting niet-ontvankelijk en het besluit zal naar verwachting standhouden in de hoofdzaak.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het straatprostitutieverbod wordt afgewezen omdat het besluit een algemeen verbindend voorschrift betreft waartegen geen bezwaar mogelijk is.