ECLI:NL:RBMAA:2012:BY7901
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing gezinsvoogd in omgangsconflict
De vader verzoekt de rechtbank om een schriftelijke aanwijzing van bureau jeugdzorg, die het contact tussen hem en zijn minderjarige kind beperkt, te laten vervallen en een omgangsregeling vast te stellen. Bureau jeugdzorg stelt dat de minderjarige geen medewerking verleent aan omgang vanwege een loyaliteitsconflict en de emotionele druk die op haar wordt uitgeoefend, mede door de moeder en pleegouders. De vader betwist dit en verwijst naar een positief contactmoment en eerdere rechterlijke omgangsregeling uit 2009.
Tijdens de zitting blijkt dat de minderjarige angstig reageert op contact met de vader en dat de pleegouders haar hebben proberen te stimuleren, maar dat zij emotioneel belast is. De gezinsvoogd heeft op 28 september 2012 schriftelijk bepaald dat voorlopig geen omgang zal plaatsvinden omdat de minderjarige dit niet wenst. De rechtbank stelt vast dat de gezinsvoogd op grond van artikel 1:263a BW bevoegd is om contact te beperken in het kader van uithuisplaatsing.
De rechtbank overweegt dat de situatie complex is door de emotionele druk op de minderjarige, de betrokkenheid van de moeder met borderline en de geschiedenis van huiselijk geweld en drugsgebruik. De rechtbank vindt dat de gezinsvoogd zorgvuldig en redelijk heeft gehandeld en dat het verzoek van de vader onvoldoende grond heeft. De schriftelijke aanwijzing blijft daarom van kracht en het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen wordt afgewezen.