ECLI:NL:RBMID:1999:AA5059
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over korting WW-uitkering bij zelfstandige werkzaamheden
Eiser was sinds 1 januari 1996 werkloos en ontving een WW-uitkering. Eind 1998 verzocht hij toestemming om als startende zelfstandige werkzaamheden te verrichten met behoud van zijn WW-uitkering gedurende een opstartfase van twee jaar. Verweerder besloot dat de uren die eiser als zelfstandige werkte, blijvend in mindering zouden worden gebracht op zijn uitkering. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het onredelijk was dat de hoogste gewerkte uren blijvend zouden worden gekort, ook als het aantal uren later afneemt.
De rechtbank overwoog dat de wetgever de bedoeling had om uitkeringsgerechtigden die een bestaan als zelfstandige willen opbouwen tot op zekere hoogte tegemoet te komen, met een maximale periode van anderhalf jaar voor het verrichten van zelfstandige werkzaamheden met behoud van uitkering. De Centrale Raad van Beroep had eerder geoordeeld dat het werknemerschap niet gedeeltelijk herleeft bij gedeeltelijke beëindiging van zelfstandige werkzaamheden, maar de rechtbank vond dat deze jurisprudentie onvoldoende steun vindt in de wetsgeschiedenis.
De rechtbank concludeerde dat de letterlijke tekst van artikel 8, tweede lid, WW ruimte laat voor gedeeltelijk herleven van het werknemerschap bij gedeeltelijke beëindiging van zelfstandige werkzaamheden. Daarom oordeelde de rechtbank dat de uren die eiser als zelfstandige werkt niet blijvend op zijn WW-uitkering mogen worden gekort. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met de wet.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de wet.