ECLI:NL:RBMID:1999:AA5609
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzake overtreding dwangsombesluit mestuitrijden op gehuurd perceel
De rechtbank Middelburg behandelde een geschil over het uitrijden van mest op 19 november 1996 vanuit een mestbassin naar perceel U349, waarop de maatschap Van Stee geen eigendom of (teelt)pacht had, maar volgens opposant een gebruiksrecht op grond van een huurovereenkomst. De kernvraag was of dit gebruik een overtreding van het dwangsombesluit van 12 december 1996 vormde.
Eerder had de rechtbank op 6 maart 1998 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 21 januari 1999 reeds uitspraken gedaan, maar zonder de centrale vraag te beantwoorden. De rechtbank stelde vast dat het dwangsombesluit formele rechtskracht heeft verkregen en dat het gebruik van het mestbassin alleen is toegestaan indien het perceel feitelijk deel uitmaakt van het agrarisch bedrijf van de maatschap Van Stee.
De rechtbank concludeerde dat het uitrijden van mest naar perceel U349, waarop slechts een gebruiksrecht op basis van huur rustte, niet valt onder het toegestane grondgebonden gebruik. Dit betekent dat opposant de dwangsom van f. 10.000,-- heeft verbeurd. De vordering van opposant werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van opposant af en bevestigt dat het uitrijden van mest op 19 november 1996 een overtreding van het dwangsombesluit oplevert.